Aan het begin van de zomer startte De Reactor een nieuwe themareeks: ‘Schrijfrobots. Code en creatie in de literatuur’. Hierin onderzochten we de rol van artificiële intelligentie (AI) in de literatuur in het algemeen en de Nederlandstalige literatuur in het bijzonder.
Er is geen twijfel over mogelijk dat AI een grote impact heeft op de toekomst van de culturele sector. Op welke manier beïnvloedt AI het werk van schrijvers, kunstenaars en andere makers? Welke impact heeft OpenAI op de creatieve, ecologische, economische en juridische kanten van literaire teksten? De grote hoeveelheid zoekopdrachten in programma’s als ChatGPT en Gemini zet de energie- en waterreserves van de aarde onder druk.
Tegelijkertijd biedt AI ook vele mogelijkheden, die bijvoorbeeld in de medische wereld voor revolutionaire doorbraken zorgen. Welke voor- en nadelen kent AI in relatie tot literatuur en hoe wegen die tegen elkaar op? In deze themareeks zochten we naar antwoorden op deze vragen en meer. We bundelden bijdragen van auteurs die in uiteenlopende vormen – essays, recensies en een podcast – aan de slag gingen met wat wordt gezien als een van de grootste uitdagingen van deze tijd.
Hieronder vindt u een overzicht van alle stukken die we in de reeks hebben gepubliceerd:
- In het openingsessay onderzoekt schrijfster Paola Verhaerdt hoe de haast eindeloze toestroom van AI-gegeneerde teksten de act van het schrijven zal veranderen.
- Het tweede deel in de reeks is een essay van Thomas van der Zwan over het belang en de functies van de witregel in poëzie, en of AI in staat is om naast betekenisvolle taal ook betekenisvolle stilte te creëren.
- In de recensie ‘Het kant-en-klare ik maakt de computer van kant’ bespreekt Jan-Bart Claus Het netwerk moet gebouwd worden, de nieuwste poëzie bundel van Maxime Garcia Diaz. ‘Door te laten zien hoe internettaal het denken en spreken aantast, wijst Diaz onder meer op de effecten van nieuwe media op ons bewustzijn,’ schrijft Claus.
- Het vierde deel in de reeks is een recensie door criticus Juan-Carlos Goilo van de interviewbundel Niet onze AI. Voorbij beloften van Big Tech, samengesteld door Gabriela Obispa & Laurens Vreekamp. Welke vormen bestaan er om ‘nee’ te zeggen tegen bepaalde AI-toepassingen? Wat zeggen de experts die Obispa en Vreekamp interviewden hierover?
- Een briefwisseling over AI en poëzie tussen Siebe Bluijs en Mathijs Tratsaert is het vijfde deel in de reeks. Bluijs en Tratsaert reflecteren op de verhouding tussen literatuur en Large Language Models en komen tot het inzicht dat ‘de poëzie allerlei ingangen biedt om taalmodellen te duiden, maar ook dat taalmodellen een nieuw licht werpen op poëzie’.
- Mai-Linh Hàn Nguyên onderzoekt in haar essay de discursieve tendens in de Nederlandse literatuur om mensen met een autismespectrumstoornis als robots te presenteren.
- Op basis van zijn ervaringen met het ontwikkelen en doceren van een universitaire cursus over creatief schrijven en AI speculeert Laurens Ham in zijn essay over de toekomst van twee thema’s: AI en schrijfonderwrijs, en AI en literatuur.
- In haar bijdrage onderzoekt Hannah van Binsbergen de verhouding tussen auteur en tekst en komt ze tot de slotsom dat we na de opkomst van genAI moeten accepteren dat er een nieuwe manier van schrijven is ontstaan en we de voorwaarden moeten onderzoeken waaronder we met machines willen werken.
- Als slotstuk publiceerden we een podcastaflevering waarin Pieter Olde Rikkert in gesprek gaat met Sahra Mohamed en Mathijs Tratsaert over de impact van (gen)AI op schrijverschap. Ze bespreken hierbij zowel positieve als negatieve aspecten van AI.
Met de onlangs gepubliceerde podcast zijn we aan het einde gekomen van deze themareeks. We willen alle schrijvers, critici en makers bedanken voor hun bijdragen, en hopen dat u de stukken met veel plezier heeft gelezen en geluisterd. Houd onze website en sociale media in de gaten voor nieuwe publicaties en reeksen.
Het logo van deze reeks maakte de redactie van De Reactor met behulp van generatieve AI.